Groot formaat  | oplage 05
Klein formaat  | oplage 07

Nooi de starm

 

In klein formaat nog te bezichtigen bij KunstFaam op Schiermonnikoog en via De Kunstdames in groot formaat

 

Juni 2019 | Artist in Residence | Schiermonnikoog | KunstDOK

Schiermonnikoog heeft mij verrast en geïnspireerd

Een prachtig rustig eiland met grote brede stranden, zó groot had ík ze nog nooit gezien. Klein en nietig, maar toch oh zo gelukkig voelde ik mij daar, alleen zand en zee en verder niemand. Heerlijk! Ik voel mijn ogen steeds langs de schelpen en de vormen in het zand gaan. Is dit hem dan? De Noordkromp. En ‘oh wat is deze ook mooi!’ Ik kijk en vraag mij af hoe het licht- en schaduwspel hier over de kleine gevormde duintjes speelt in de avond, of moet ik toch in de vroege ochtend zijn?

De eerste dag heb ik samen met Klasiena Soepboer van KunstFaam de fiets gepakt en kreeg ik een gidsende toer over het eiland. Ik keek mijn ogen uit en nam zo veel mogelijk in mij op. ‘Hè jammer’, het Engels gras is uitgebloeid, dat was zo mooi op een eerder gedeelde Instagramfoto van Klasiena.

Allemaal ideeën

Oké, hoe pak ik dit aan? Ik had mij al een beetje ingelezen. Zal ik een mooi volksverhaal gebruiken? Of het kallemooi feest? Oh, en de twee vuurtorens dat is natuurlijk ook uniek en mooi. Of toch iets over de abdijhoeve of de verhalen van de tweede wereldoorlog of de walvisvaart? De afkalving en aanslibbing, maar hoe maak ik daar een mooi fotobeeld van? Of het verhaal van de dijk legging in 1860 door John Eric Banck, uiteraard is hij heel belangrijk geweest in de geschiedenis van Schiermonnikoog.

Ik moet eerst maar iemand zien te vinden die mij kan meenemen in de geschiedenis van Schiermonnikoog.  En per toeval stond de hiervoor uitgesproken persoon naast mij bij de VVV, waar ik de vraag had gesteld, Arend Maris, en hij wou mij wel rondleiden. Super!

Bij het vallen van de avond ben ik op het hoogste puntje van een ‘krater’ in de duinen gaan staan. Hiervandaan is de vuurtoren die straks gaat schijnen goed te zien, het lage avondlicht valt prachtig over het glooiende duinlandschap en zelfs het strand is, doordat het zo breed is, nog mooi zichtbaar.

Keuzes maken

Na de zeer interessante wandeling door het historische dorp met prachtige verhalen van Arend Maris was ik nog weer vele ideeën rijker en moest ik keuzes maken met welk verhaal ik verder zou gaan. Een aantal ideeën werd bevestigd of ontkracht of waren te lastig in een korte tijd te realiseren. Het verhaal van John Banck en het belang van de jutterij vroeger, waren de verhalen waar ik ook direct mooie beelden en idee van aanpak bij had. Uiteindelijk, met wikken en wegen, ben ik voor de jutterij gegaan. Jutten is van alle tijden, hoort bij een eiland en zeker ook bij Schiermonnikoog. Meer dan de helft van het jaar inkomen van de familie Stachouwer in de 18e/19e eeuw kwam voort uit het strandroven en waren er echt afhankelijk van. Voor de één zijn brood voor de ander zijn dood zal ik maar zeggen, want de schepen werden geregeld met opzet misleid. De strandjutters bekommerden zich weinig om het lot van de drenkelingen. Met paard, of paard èn wagen, gingen eilandbewoners het strand op in de hoop een graantje mee te pakken. Mannen waren vaak op zee, dus ook de vrouwen waren aan het jutten. Een stuk hout, een mooie boei of iets anders, al dan niet van waarde, alles werd óf zelf gebruikt, om bijvoorbeeld van het wrakhout huizen te bouwen, óf om verder door te verkopen.

Sinds de begin jaren ‘30 van de 20e eeuw, met het vastleggen van de Wet op de strandvonderij en de Wrakkenwet, is het een spannende strijd tussen de strandvonders en de jutters. De waardevolle spullen die de jutters vinden, worden verstopt in de duinen. Later worden ze op een rustig moment weer opgehaald. Jutten is avontuur, want wat geeft de zee en spoelt aan op het strand. Tegenwoordig is jutten een hobby en wordt het zelfs aangemoedigd om afval, dat aangespoeld is of dat door strandgasten is weggegooid, mee te nemen en weg te gooien in de afvalbak.

Hoe toen verder

Ik had inmiddels redelijk in gedachten wat ik nodig had en ben naar Klasiena gegaan. Voor oude jutterspullen kon ik kijken bij Thijs de Boer, die ook een prachtig schelpenmuseum heeft. Een dame op een mooi groot paard zou Brenda Hauer kunnen zijn op haar Belg. Een mysterieuze man, vuurtorenwachter? Kapitein? Strandvonder? In ieder geval een jonge man met goed slank postuur. Daar zou Autger voor gevraagd worden. Verder had ik nog meer noten op mijn zang zoals: een oude lange donkerblauwe jas, laarzen, een oude zaktelescoop en een kapiteinspet. Al deze elementen werden gevraagd, opgezocht, uitgezocht en geregeld. Ik had hulp van de vader van Klasiena, de broer van Klasiena en uiteraard Brenda en Jan van Harthoorn Huifkarren. Met mijn apparatuur en alle zware jutterspul en attributen zijn we de duinen ingegaan.

Er was toen nog één zeer lastig uit te voeren element die ik graag wilde fotograferen, een mannetjes fazant. Ik ben door Klasiena op de onmiskenbare roep geattendeerd. Als je erop let, struikel je er bijna over, zoveel van deze mooie dieren waren er te zien. Toen ik er was, waren de kuikentjes net geboren en de fazanten waren oplettend en beschermend.  Op een avond zag ik, toen ik de ‘krater’ voor de zoveelste keer beklom, een mannetjes fazant boven op de duintop zitten en van duintop naar duintop gaan. Dat was zo’n mooi gezicht en voor mij heel herkenbaar voor Schiermonnikoog, dat ik dát graag in het juiste licht moest zien te fotograferen…

Per toeval kon ik iets langer blijven, waardoor ik precies nog een mooie avond en zonnige ochtend had om op de fiets en lopend op zoek te gaan naar het mannetjes fazant, die ik nog nodig had voor mijn fotobeeld.

Het waren mooie dagen, waarbij ik eerst vaak dacht van ‘oh jee wat heb ik nu weer bedacht’ en ‘hoe krijg ik het voor elkaar’, maar waar uiteindelijk alles op zijn plaats viel. Doordat de eilanders ontzettend vriendelijk, meedenkend en behulpzaam waren en het lot uiteindelijk steeds in mijn voordeel viel.
Ik heb nog heel wat ideeën en elementen gefotografeerd om nieuwe fotobeelden te maken. Wie weet komt dat in de nabije toekomst nog tot een eindresultaat.

Om het dialect onder de aandacht te brengen heb ik mijn titel van het werk in het Schiermonnikoogs vertaald: ‘Nooi de starm’. Het lijkt op een mengeling van Oud-Fries met Scandinavische invloeden. Nog maar een heel klein aantal eilanders spreekt het dialect.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,