editie groot | oplage 09
editie klein | oplage 20

Yn it ljocht

Ode aan de schippers en de bouwers van Friesland, die deze provincie hebben gemaakt tot wat zij is. Water en watersport spelen een belangrijke rol in Friesland. Vroeger werden de Friese meren en vaarwegen echter niet gebruikt voor recreatie. Vrijwel alle vervoer van goederen en personen vond plaats over het water. Vaarwegen waren de snelwegen van Friesland. De binnenvaart was dan ook van het grootste belang. Bekend zijn de trekschuiten en de traditionele “skûtsjes”. Met het skûtsje, een kleine tjalk, kon je wel overal in Friesland komen.

Het mooiste en snelste skûtsje van de negentiende eeuw was de Ebelina, het veerschip dat Jouster scheepsbouwer Eeltje Holtrop van der Zee in het voorjaar van 1861 bouwde. Als eresaluut aan de schipperij en als herinnering aan de oerjaren van de vracht- en beurtschepen én aan het wedstrijdzeilen daarmee, waar het huidige skûtsjesilen tot vandaag de dag aan herinnert, is met edel vakmanschap een replica ‘Aebelina’ van dit verdwenen schip tot stand gekomen. Het pronkjuweel van het Skûtsjemuseum in Earnewâld. En daarom heb ik juist dit skûtsje, het enige houten skûtsje wat nog vaart, uitgekozen en gevraagd of de bemanning mij wou helpen om mijn ode aan de schippers en de bouwers te realiseren. Eigenlijk is dit beeld een dubbele ode. Mooier kan toch niet?

Yn it ljocht

Met de wind in de zeilen
het voorland in zicht.

Geen zee ging men te hoog.

Maar op de wind van gisteren
kan men vandaag niet zeilen.

Salvo voor de schippers en de bouwers!
Voorgaats brengen, Aebelina.

Het zeil zal altijd in de top gehesen zijn.

©Maartje Roos

editie groot te bezichtigen bij de Rabobank te Heerenveen en een kleine editie bij het Skûtsjemuseum te Earnewâld en bij Galerie De Roos van Tudor

Tags: , , , , , ,